inleiding

H.E.Schulte, HBO architect BNA (1906 - 1967)

HES1910s

Vooraf
Het is ruim 100 jaar geleden dat hij is geboren. Vanaf zijn overlijden in 1967 heb ik op zijn archief gepast, althans die stukken die op de nominatie stonden naar de container te verdwijnen. Het andere deel ging met de opvolger van het bureau (S.Warmer) mee. Later toen Roland Blijdenstijn en ik naar aanleiding van zijn artikel over "Transformatorhuisjes" het idee opvatten een boek te schrijven over de Electrificering van de provincie Utrecht, bleek dat bij de PUEM voor de verhuizing naar het nieuwe hoofdkantoor aan de Croeselaan het archief op microfilm was gezet en de originele kalkes waren weggegooid (2x doodzonde). Daar kwam mij ter ore dat de inmiddels ook overleden S.Warmer opgevolgd was door zijn zoon en schreef ik hem aan. Korte tijd later kwam het antwoord: hij had het oude archief van zijn en mijn vader weggegooid. Je gelooft je ogen niet als je het leest.
Inmiddels heb ik qua leeftijd het stokje van mijn vader overgenomen, eens te meer reden om eens stevig ‘door’ te pakken met de inventaris en ‘iets’ te maken waardoor het niet verloren raakt en toegankelijk wordt. Op deze wijze bewerkt wil misschien het Utrechts Archief zich er over ontfermen later . . . De oude dubbel-8 films liggen er al!

Signaleringen
Ondertussen is er al literatuur verschenen waarin een aantal projekten -deels- beschreven of aangehaald wordt, meestal betreft dat de electriciteitsvoorziening. Eerst dus het artikel van Roland Blijdenstijn in Monumenten in 1989 (begin van onze samenwerking en vriendschap). Dan in 1990 een publicatie en tentoonstelling waarin het huis te Lonneker was opgenomen. Daarna kwam eind 1993 het boekje “Trafohuisjes” van Blijdenstijn e.a. en begin ‘94 de tentoonstelling “Hoogspanning Levensgevaarlijk” in de Zonnehof, Amersfoort.
In het boek “Het electrisch huis” van Timo de Rijk, stond een verwijzing naar de tentoonstelling “De Nederlandsche vrouw 1898-1948” en onlangs verscheen het omvangrijke "Trotse Kastelen en Lichtende Hallen" van Jan Vredenberg met verwijzingen naar het Hoofdgebouw van de PUEM en diverse schakelstations.
In het 1988 in gang gezette Monumenten Inventarisatie Projekt (MIP) ontstond ook waardering voor transformatorhuisjes en inmiddels staan er uit de periode tot 1940 al enkele trafohuisjes op Rijks- en gemeentelijke monumentenlijsten en heeft de stichting Bonas alle literatuur geinventariseerd waardoor het zoeken naar vermeldingen is vereenvoudigd: zo werd eindelijk het woningbouwprojekt Hoograven uit 1958 duidelijk. Nu ben ik zelf aan zet om zijn inventaris af te ronden.

Levensloop
Op 1 juni 1906 in Amsterdam Warmoesstraat no 110 geboren als enige zoon met twee oudere zusters: Agnes en Mies. Schulte Sr had een zeilmakerij. Hij was aan het eind van de 19e eeuw uit Nordhorn naar Amsterdam vertrokken.
Toen het huis aan de Warmoesstraat gesloopt moest worden voor de bouw van de nieuwe Effectenbeurs in 1911, zijn ze verhuisd naar Geldersekade 19. Na faillissement van het bedrijf gaat hij 1923 van de St. Ignatius College afd. HBS naar het architectenbureau Rood in Amsterdam als volontair. Hij vertelde de anekdote nog dat hij daar weg wilde omdat hij daar de hond moest wassen. Toch is hier vermoedelijk zijn liefde voor het vak ontstaan. Hierna gaat hij naar het architectenbureau v.d. Bijl in Amstelveen. Van het werken op beide bureaus is verder niets bekend, wellicht is het architectenbureau Rood dè van Rood architect van bedrijfsgebouwen en electriciteitscentrales .
In 1924 gaat hij naar de Industrieschool te Amsterdam en volgt daar de 1e en 2e klasse en de 1e en 2e vervolg-klasse. De oudste tekening die nog bestaat is een ontwerp voor een woonhuis met magazijn van 28 juni 1925. Hij gaat hij op het buro van Piet Kramer werken. In 1928 gaat hij voor dat buro zelfs naar Londen.
Van 1928 -1932 volgt dan de studie aan de Academie van Bouwkunst (HBO).
Nog voor het afstuderen aan de HBO krijgt hij in 1931 een tijdelijke aanstelling bij de PUEM in Utrecht die in 1934 omgezet wordt in een vaste aanstelling. Onder leiding van L. Vinkenborg wordt gewerkt aan ontwerpvarianten voor het hoofdkantoor aan de Catharijnesingel. De laatste voorstellen lijken erg op het gebouw dat uiteindelijk gebouwd is. Hij maakt ook ontwerpen voor het schakelstation Amersfoort I aan het Smalle Pad, dat inmiddels gesloopt en vervangen is door het ontwerp van Ben van Berkel. Ook is er een ontwerp voor een kantoorgebouw aan de Croeselaan, ongeveer op de plaats waar nu het hoofdkantoor van de Remu staat, dat is echter nooit gebouwd. Wel de woningen die er op staan.
In die jaren ontwerpt hij ook transformatorstations in de stijl van de Amsterdamse School waarschijnlijk meer nog geïnspireerd door zijn werk op het buro van Piet Kramer dan door de HBO. De ontwerpen van het hoofdkantoor sluiten meer aan op de ontwerpen die hij tijdens zijn studie maakt. De Academie wordt in die tijd beschouwd als een "haard van de Amsterdamse School" (Jan de Meyer, N. Lansdorp, H.Th.Wijdeveld, A.P.Smits, Huib Luns, A.Kurvers, J.Boterenbrood, L.C. v.d. Vlugt, mentor eindprojekt).

Gediplomeerd
Na de diploma uitreiking is er in de avonduren tijd voor zelfstandige opdrachten naast het werk overdag. Er ontstaat samenwerking met anderen o.a. Hensbergen, voor zover ik weet behartigt die meestal de zakelijke kant van het vak. In deze periode is een opmerkelijke verandering in ontwerpstijlen waar te nemen: de PUEM ontwerpen sluiten aan op de ontwerpstijl van de HBO, zo ook de villa's voor Werumëus Buning en Kylstra in Hengelo (1933) en voor Klein in Bilthoven (1933).
Maar daarnaast ontwikkelt hij een andere stijl, zoals bij de villa voor Hissink in Lonneker (1933), die nu opgenomen is in het MIP en de villa voor Kempkes in Waddinxveen (1934), die beiden aansluiten bij het "Nieuwe Bouwen". Hij neemt ook deel aan prijsvragen en 1935 levert dat een eerste prijs op voor het ontwerp van een Familievakantiehuis. In dat ontwerp zien we voor het eerst een flauw hellend dak met asfaltbedekking in zijn ontwerpen verschijnen.
Daarnaast ontwerpt hij veel meubels voor het huis aan de Geldersekade, waar hij na zijn huwelijk in 1933 met Petronella Rosalia de Roos een eigen woning betrekt. Soortgelijke ontwerpen worden ook voor zijn familie gemaakt. Na de verhuizing naar Utrecht (1935) ontwerpt hij weer meubels voor de eigen woning. In deze vooroorlogse periode worden met de oud HBO'ers ook studiereizen in Europa gemaakt.

Utrecht
Inmiddels heeft hij in Utrecht een vaste aanstelling bij de PUEM. De oorlogsperiode wordt, behoudens enkele spannende dagen in het kamp Amersfoort, bij de PUEM -tevens als lid van het brandweerkorps- doorgebracht, in welke funktie hij nog een gebroken enkel op loopt op het dak van het Puem gebouw.
Tijdens de oorlog wordt het ontwerp voor het transformatorhuisje in Ter Aa gebouwd, op de dijk langs het Amsterdam Rijnkanaal. Inmiddels is het ingrijpend verbouwd, geminiseerd kan je beter zeggen. Hij ontwerpt in deze 'rustige' tijd ook een serie woningtypen als zelfstudie-projekt, zelfs een 'thermisch huis', al kan dit ook wel een voorstudie zijn van de latere 'flatwoning' van de NVEV-tentoonstelling.
Op de koperen bruiloft eind '45 zijn ook de kollega's van de PUEM aanwezig. Een jaar later op 11 okotober 1946 zien we de kollega's weer terug op het 30-jarig jubileumfeest van de PUEM
. In de periode na 1949 wanneer hij zijn eigen buro op de Leidseweg begint, blijft hij voor de PUEM met hen samenwerken. In die tijd worden er in IJsselstein en Montfoort een tweetal transformatorhuisjes met een tamelijk klassieke inslag gebouwd. Het huisje in Montfoort staat tegenover het kasteel en dat van IJsselstein staat op de stadswallen. Het zijn voorbeelden van een verregaande aanpassing aan de architektuur van de omgeving: het huisje mag niet opvallen door een eigen stijl. Toch was dit geen reden om uiterst verzorgd te ontwerpen! De schakelstations Veenendaal en Driebergen zijn de eerste grote opdrachten in een eigen versie van WO-architectuur. Er worden 'versierende' elementen opgenomen in de betonnen gevelplaten of een ingegoten tegeltje, daklijsten en betonnen bollen. Tijdens de bouw is een geaquarelleerde tekening gemaakt door Gerrit Duêrmeyer, die toen als tekenaar op zijn buro werkte. Tijdens zijn verblijf op de bouwplaats maakte hij vaker schetsen. In de trafohuisjes zien we soortgelijke reliëfs in de betongevel bij voorbeeld in het huisje aan de Hooglandseweg in Amersfoort.
Ter voorbereiding gingen Pen -technisch direkteur en Beukman van de PUEM met Schulte maandelijks gezamenlijk "de boer" op. Beukman onderhandelde over de grondaankoop met de eigenaar, Pen formeel met de lokale 'overheden', Schulte keek naar de situatie om het ontwerp te laten passen in de omgeving.

Het eigen bureau (1949)
In de begintijd werd ook samengewerkt met J.E. v.d. Hoef en J.W.H. Jansen, beiden uit Veenendaal, zoals de duplexwoningen in Oog en Al, ±1950. Incidenteel ook met Verheus, Kranenburg en Fledderus (woningbouw Hoograven). Hij ontwerpt ook de verbouwing voor proefboerderij Schevichoven in Leersum. Daarin zie we de ronde vensters met een smeedijzeren hek, een vorm die we in de trafohuisjes en bij enkele andere projekten vaker terug zien. Ontwerpen voor Corona (een schoonheidsalon in Amsterdam) en de Raad van Arbeid in Utrecht laten weer een wat andere architektuur zien.
De PUEM blijft zijn voornaamste opdrachtgever en in de 50'er en 60'er jaren worden honderden transformatorhuisjes en enkele grotere schakelstations gebouwd, waarbij Amersfoort en Vinkeveen de opvallendste zijn. Later ook voor het Gemeentelijk Energiebedrijf Gouda en omstreken de schakelstations Woerden en tenslotte Nieuwerkerk a/d IJssel.
In Amersfoort zien we de eerste 'versieringen' aan de gebouwen verschijnen in de vorm van beeldende kunst. Waar in de architektuur van Amersfoort I het beeldende werk onlosmakelijk onderdeel van de architektuur was in de vorm van gevelstenen, wordt het nu toevoeging, versiering van het gebouw. Bij Amersfoort II in de vorm van een vuurspuwende draak naar ontwerp van kunstschilder Gerard Hordijk, in Vinkeveen in de vorm van een betonrelief van de kunstenaar Adriaan v.d. Weijden. Voor het vakantiehuisje van de personeelsvereniging van de Puem in Vinkeveen (iets verder op de Groenlandse Kade) wordt in het huisje genaamd de Schelp in de gasbetonnen buitengevel een schelp in relief uitgehakt eveneens door Adriaan v.d. Weijden ontworpen. Daarna verdwijnen de beeldende toevoegingen weer uit het werk. Met een beetje fantasie is in het ontwerp van een aantal trafohuisjes de invloed van zijn reizen naar Griekenland en Italië zelfs te zien.
In Utrecht worden enkele scholen onder zijn leiding verbouwd. In de provincie worden nog een tweetal verpleegtehuizen ontworpen te Laren (de Stichtse Hof) en Bodegraven en naast veel particuliere opdrachten ook veel verbouwingen.
Niet duidelijk is nog waar welke vakantiehuisjes zijn gebouwd. In ieder geval wel in Laag Kanje, waar hij het laatste huisje voor zichzelf ontwerpt.

Het Einde
Nog voor het ontwerp voor het schakelstation in Nieuwerkerk aan de IJssel gereed is, overlijdt hij op 15 november 1967 op 61-jarige leeftijd.
Het bureau wordt overgenomen door S(imon) Warmer. De voornaamste opdrachtgevers zijn de PUEM, GEB Gouda, de Stichting Verpleegtehuizen Laren, de Vereniging voor Christelijk Onderwijs te Utrecht en een (langjarige)particuliere opdrachtgever Klein uit Bilthoven.

Archief
Het archief valt dan in drie delen uiteen: de PUEM heeft altijd de originele kalkes gearchiveerd en die blijven daar, Warmer neemt het aktuele archief mee. Wat achterblijft stond op de nominatie vernietigd te worden, doch is door mij "gered" en ligt vele jaren rustig op zolder, totdat de eerste Apple computer zijn intrede doet in de jaren '80. Na het invoeren blijkt het archief uit ruim 400 tekeningen, kalkes, panelen en makettes te bestaan. Er is ook nog een beperkte reeks foto', negatieven en een film van het bouwen in 1948 van het complex Duplexwoningen in Utrecht, tegenwoordig te zien in het Utrechts Archief.
Als we begin jaren '90 bij de PUEM informeren blijkt dat daar het archief op microfilm gezet is en de originele tekeningen in de container terecht gekomen zijn. Dus zo zijn de mooie ingekleurde kalkes verdwenen. Tijdens de MIP inventarisaties verschijnen er nog wel een aantal 'echte' afdrukken van de originele tekeningen, die ik in het archief opneem.
Er blijkt ook dat Warmer nog geen 7 jaar later (in 1974) is overleden, maar dat zijn bureau door zijn zoon is overgenomen. Informatie daar leert echter dat die 'zijn en mijn' oude archief 'opgeruimd' heeft. Daar mee is alles ofwel verdwenen ofwel in mijn bezit. In nov. 2006 hoor ik van het overlijden dat voorjaar van de oud-fotograaf van de PUEM, de familie beschikt nog over twee kleurendia's van de Vuurspuwende Draak! De negatieven komen in 2009 te voorschijn bij Eneco in Utrecht alwaar een aantal oud-PUEM 'ers de restanten van Provinciale en Gemeentelijke energiebedrijven beheerden tot eind 2011!
.

sr29kleinFamSchs

H.E. Schulte in 1929

de familie Schulte omstreeks 1920

prijs1935
terAaklein

Regelstation Ter Aa 1942

duplexinls

aquarel van Chris Schut '51

naar boven
advHESs
SCHSR3170x257shkl
inleidingnaar boven